Op een groot autodek lijkt elke wagen op de andere. Rijen auto's, camionettes en caravans staan dicht op elkaar, en de borden zijn klein. Na de overtocht is het verrassend moeilijk om je eigen auto terug te vinden. Dat geeft onnodig gedoe en soms zelfs stress, zeker met vermoeide kinderen. Met een paar eenvoudige trucjes weet je precies waar je moet zijn.
Kijk voor je de auto verlaat goed om je heen. Meestal zijn er letters, cijfers of kleuren die het dek of de rij aanduiden. Maak er een foto van, zodat je het later kunt terugzien. Noteer ook of je bij de trap of bij de lift staat, en of die links of rechts van de auto is. Zo heb je twee aanwijzingen in plaats van één.
Iedereen kent de plek
Laat de kinderen meedoen. Vraag welke kleur of welk symbool ze zien, en laat ze het hardop herhalen. Kinderen onthouden zoiets verrassend goed, en ze vinden het leuk om het spel mee te spelen. Geef ze eventueel een klein woordje of een liedje dat bij de plek hoort. Schrijf de aanduiding ook op een briefje of in je gsm, voor het geval iemand het vergeet. Zo weet iedereen straks waar jullie moeten zijn.
Neem wat je nodig hebt mee naar boven en laat niets waardevols zichtbaar in de auto liggen. Sluit de wagen goed af en controleer of je de sleutel hebt. Ga samen naar boven en blijf bij elkaar, want het dek en de trappen zijn niet de plek om alleen rond te dwalen. Bespreek met de kinderen dat ze niet zelf naar de auto lopen. Laat kinderen en dieren nooit alleen achter in de auto.
Als de overtocht bijna voorbij is, ga dan in alle rust naar beneden. Wacht tot er wordt omgeroepen en luister naar wat het personeel zegt. Loop samen naar de auto en controleer of alles er nog is. Zit iedereen erin, dan kun je wegrijden zonder haast. Kun je de auto toch niet vinden, blijf dan kalm en vraag hulp aan een medewerker. Meestal is het snel opgelost.